Wetenschappelijke onderbouwing
Transparantie over onze methode, theoretische basis en wat we wel en niet claimen.
Theoretisch fundament
Het assessment is gebaseerd op het concept van psychogene behoeften — universele psychologische drijfveren die menselijk gedrag sturen. Anders dan biologische behoeften (zoals honger) beïnvloeden psychogene behoeften je keuzes, waar je energie van krijgt en wat je als betekenisvol ervaart. Dit concept is in de jaren '30 geïntroduceerd door Henry Murray en sindsdien verder ontwikkeld binnen de motivatiepsychologie.
Wij hebben hieruit 18 behoeften geselecteerd die het meest relevant zijn voor de werkcontext, georganiseerd in 5 clusters. Iedereen heeft alle 18 behoeften — het verschil zit in de sterkte waarmee ze bij jou spelen.
Meetmethode: ipsatieve forced-choice
Het assessment bestaat uit 129 paren van stellingen. Elke stelling hoort bij één behoefte, en de twee stellingen in een paar komen altijd uit verschillende clusters. Je kiest welke het beste bij je past.
Dit heet ipsatief meten: we vergelijken behoeften binnen de persoon, niet met een normgroep. Het resultaat is een relatief profiel — welke behoeften spelen bij jou sterker of zwakker vergeleken met je eigen andere behoeften.
Cross-cluster pairing
Stellingen worden altijd uit verschillende clusters gepaard. Dit voorkomt dat je kiest tussen twee heel vergelijkbare opties en zorgt voor maximale informatie per vraag.
Scoring
Per behoefte berekenen we het percentage keren dat je die behoefte koos wanneer deze voorkwam. Een score van 80% betekent dat je die behoefte in 80% van de gevallen verkoos boven de alternatieve behoefte.
Competentiegids Rijk
Voor de competentie-aanleg gebruiken we de Competentiegids Rijk van de Rijksoverheid, die 41 competenties beschrijft met gedragsvoorbeelden. Dit is een breed geaccepteerd en publiek beschikbaar competentiemodel.
We hebben voor elke competentie bepaald welke behoeften er positief of negatief aan bijdragen. Een sterke behoefte aan verandering en exploratie draagt bijvoorbeeld bij aan aanleg voor Flexibiliteit, terwijl een sterke behoefte aan structuur daar juist tegenin werkt.
Kwaliteitsborging
De kwaliteit van het assessment hangt af van de kwaliteit van de stellingparen. Daarom hanteren we strenge regels:
Stellingen worden altijd gepaard uit verschillende behoefteclusters
Kwaliteitscontrole op betekenisvolle spanning tussen stellingen
Controle op gebalanceerde sociale wenselijkheid — geen voor de hand liggende keuzes
Geen semantische overlap — de stellingen mogen niet hetzelfde zeggen
Geen actie/passiviteit-bias — beide opties zijn even actief geformuleerd
Niet-passerende paren worden automatisch uitgesloten
Wat we wel en niet claimen
Transparantie is essentieel. We zijn helder over de reikwijdte van het assessment.
Wat we claimen
- Het assessment meet relatieve motivatiebehoeften op basis van de theorie van psychogene behoeften
- De methode is ipsatieve forced-choice: je keuzes zijn objectieve feiten
- Scores zijn relatief binnen de persoon, niet normatief
- Het competentiemodel is gebaseerd op de publieke Competentiegids Rijk
Wat we niet claimen
- Het assessment meet geen vaardigheden, kennis of intelligentie
- Competentie-aanleg is geen garantie voor competentie-beheersing
- Het persoonlijkheidsprofiel is een communicatiemiddel, geen diagnose
- Criteriumvaliditeit (voorspellende waarde) is nog in ontwikkeling